'Metafoor van machteloosheid - de aaibare dieren van Henrique van Putten'

Textiel Plus voorjaar 2009

 Door EVELINE BIJLSMA

Metafoor van machteloosheid: de aaibare diere van Henrique  van Putten 

Ze lijken zo lief en aaibaar, de beesten van Henrique van Putten. Maar bij nader inzien scheelt er aan elk dier wel iets: een spiegel voor de mens, die ook haar tekortkomingen kent. 

Jonge reigers duwen elkaar uit het nest. Zo maken ze de meeste kans op voedsel, en dus op overleven. Kennissen met een nest in de tuin stuurden haar er foto's van: een hoop dode reigertjes aan de voet van een boom. In 2007 en in 2008 maakte Henrique van Putten de werken 'Reiger 1' en 'Reiger 2', van wol en kralen. Aandoenlijk, zo'n klein beestje. Maar ook lelijk, kaal en hulpeloos. "Ik vind het heus zielig", zegt de kunstenares. "Maar het is ook puur. Dieren hebben geen emotie en kieperen elkaar uit het nest om te overleven. Mensen kunnen doen alsof ze zo geciviliseerd zijn, maar diep van binnen hebben ook wij onze zwakheden." 

Dierentaal

Van Putten studeerde in 2000 af aan de christelijke hogeschool voor de kunsten Constantijn Huygens. Ze koos de richting beeldhouwen en probeerde allerlei technieken uit, van smeden tot houtbewerken. Toen ze in haar vierde jaar was, kreeg ze een tas met patronen voor stoffen beesten van haar grootmoeder. Dat was het moment waarop haar liefde voor textiel herleefde - als kind naaide ze al poppenkleertjes. Al is ze momenteel aan het experimenteren met collage-achtig werk, de kunstenares gebruikt textiel voornamelijk voor ruimtelijke voorwerpen. Haar onderwerp is al jaren hetzelfde: het Nederlandse dier. "Op de boerderij van mijn grootouders, maar ook thuis hadden we veel dieren. Hun gekkigheden, gedrag en houdingen fascineren me. Dat ze elkaar opeten, hoe ze ruziemaken, hoe ze elkaar liefkozen. Hun gedrag gebruik ik als taal in mijn werk." 

Schattig reigertje

In eerste instantie lijken de beesten van Van Putten lief en aaibaar. Maar bij nadere beschouwing mankeert elk beest wel iets: dat lieve hertje werkt aan zijn eigen ondergang, knagend aan zijn poot. Die zeug mag dan haar biggetjes hebben gezoogd, zelf is ze ontredderd achtergelaten, met gigantische, opgezwollen tepels. En dat schattige reigertje, leeft het eigenlijk nog wel? Net als in fabels zeggen deze dieren iets over het gedrag van de mens. Het mensbeeld van Van Putten hangt sterk samen met haar geloof, en de tekortkomingen van de mens om zich tot God te verhouden. Angst voor elkaar, de onmogelijkheid om samen te zijn, de dood, eenzaamheid: zwakheden die de mens een machteloos gevoel geven. Dat heeft ambivalente gevolgen, want naast het falen, blijft er de hoop. "Ik houd me bezig met twee kanten van het leven, de goede kant en de slechte kant. Dat is ook hoe ik het leven ervaar. Het bestaat uit contrasten: als er een moeilijke kant is, staat daar een mooie kant tegenover. Mijn werk vertegenwoordigt mijn kijk op het leven, daar hoort het geloof bij. Ik wil niet een boodschap de wereld in brengen, maar de zwakheid van de mens vind ik een mooi thema." 

Spiegel 

Die ambivalentie is duidelijk terug te zien in de verbeelding van deze visie: ondanks dat de werken de beschouwer een spiegel voorhouden over zijn eigen zwakheid, willen mensen Van Puttens dieren beetpakken en aaien. De machteloosheid vertaalt zich in het gegeven dat veel dieren van de kunstenares op hun rug liggen. "Als een beest met zijn poten in de lucht ligt, is het vaak foute boel." Van Putten refereert ook aan de bijbelse of mythologische connotaties die veel dieren hebben. "Een schaap is een kuddedier, een lam verwijst ook weer naar het 'lam Gods'. Maar wat ik ook altijd in mijn achterhoofd houd: dieren flessen de boel ook vaak. Dan houden ze zich dood, om hun tegenstander weg te jagen." 

Vormen

Voor inspiratie put de kunstenares uit haar verzameling plaatjes en foto's die ze onderweg op de fiets maakt. Een poes met één oog, een platgereden haas, de dode vleermuis waar haar kat mee thuiskomt. Of een plaatje van een paard, met doorgegroeide hoeven. De kast op haar atelier in - hoe toepasselijk - een oude garenspinnerij in Gouda puilt uit. Boeken als Practical Guide to Cats, Dag poesje, dag hamster, een ordner vol afleveringen van het tijdschrift Hart voor dieren. Ook Midas Dekkers ontbreekt niet. "Ik bedenk niet van tevoren hoe een dier er precies uit moet zien. Eerst deed ik dat wel, maar dan viel het in praktijk altijd tegen. Ik bekijk allerlei plaatjes, foto's en boeken, maak wat schetsen, maar ik begin gewoon met maken." Daartoe maakt ze eerst een patroon. Vervolgens maakt ze gedeeltelijk met de naaimachine, gedeeltelijk met de hand het beest. Ze vult het op met kussenvulling. "Dan begint het vormen. Een lam staat eerst rechtop. Maar dan trek ik de staart omhoog, of de poten naar voren. Ik gebruik het haast als klei." De kunstenares gebruikt allerlei soorten materiaal. "Leer, katoen, fluweel, spijkerstof, of de wollen stof van een oude omajas uit het kringloopcentrum. Alle soorten garen, kralen en knopen. Ik werk ook regelmatig met textielverharder." 

Vanitas

Momenteel werkt Van Putten aan beesten die van 16 mei tot en met 12 september tentoongesteld worden in museum Flehite. Een aantal kunstenaars baseren zich voor de expositie 'Zonen en dochters van Amersfoort', in het kader van het 700-jarige bestaan van de stad, op de Amersfoortse schilder Matthias Withoos. Het zeventiende-eeuwse gedachtegoed, duidelijk terug te zien is in de natuurlandschappen en stillevens van Withoos, hebben raakvlakken met haar werk: de vanitasgedachte, 'de vergankelijkheid van het leven'. Een van de werken staat er al, midden in haar atelier. Een liggend lam, waaraan ruggelings een tweede lam is verbonden. Met zijn pootjes spartelend in de lucht.

www.textielplus.nl